
Lage plant met zilveren bladeren op vochtige weiden en bermen; de gele bloemen geven bijen wat nectar en matig stuifmeel.
Zilverschoon is een vaste plant die zich met bovengrondse uitlopers snel verspreidt en te herkennen is aan de bladeren met een zilverig behaarde onderkant. Een ringvormige klier aan de voet van de alleenstaande gele bloemen scheidt een kleine hoeveelheid nectar af; stuifmeel is gemakkelijker te verzamelen. Vliegen en solitaire bijen komen vaker dan honingbijen.
Bloeit lang, van mei tot augustus, met weinig maar steeds nieuwe bloemen. Algemeen op verdichte, vochtige grond, aan meer- en beekoevers en langs landweggetjes.
Er wordt geen monoflorale honing van gewonnen. De stuifmeelklompjes zijn geel van tint.
Op zichzelf geen belangrijke bron; de hele zomer levert ze een kleine maar regelmatige bijdrage aan stuifmeel. Bij bijenstanden in de buurt van intensief beweide, vochtige weiden is die bijdrage merkbaar.