
De statige ceder van het Taurusgebergte; geeft in de herfst stuifmeel en geen nectar. Honingdauw van cederluizen helpt in sommige jaren wat; de hars dient voor propolis.
De libanonceder vormt in Turkije uitgestrekte bossen in het westelijk en centraal Taurusgebergte tussen ongeveer 1000 en 2000 meter; in Libanon en Syrië zijn er kleine natuurlijke bestanden. Hij is windbestoven en geeft geen nectar. Zijn waarde voor de imkerij zit in de hars en, in sommige jaren, in de honingdauw van de cederbladluis.
Anders dan de meeste naaldbomen verspreidt hij stuifmeel in de herfst, in september-oktober. In die tijd, als andere bronnen schaars zijn, verzamelen bijen af en toe cederstuifmeel; de voedingswaarde is beperkt.
Er is geen aparte, gevestigde handelshoning van ceder. Honingdauw van bladluizen kan eind zomer en in de herfst een kleverige laag op de takken vormen, die bijen verzamelen; de bijdrage is lokaal en wisselt per jaar.
Voor bijenstanden op de hooglandweiden van de Taurus is het cederbos vooral van belang als omgeving van tijm, hokjespeul en andere hooglandplanten. Controleer in de herfst, voordat u van het hoogland afdaalt, de honing- en stuifmeelvoorraad van de volken.