
De blauwe bloem van graanakkers; geeft bijen goede nectar uit zowel de bloempjes als de extraflorale nectariën op de omwindselblaadjes.
Korenbloem is het traditionele akkeronkruid van graanvelden; door bespuitingen is ze achteruitgegaan, maar dankzij bloemstroken en tuinmengsels is ze weer algemener geworden. De buisbloempjes in de blauwe bloemhoofdjes geven nectar; daarnaast verzamelen bijen ook bij de extraflorale nectariën aan de toppen van de omwindselblaadjes die het hoofdje in het knopstadium omsluiten. Die dubbele bron maakt haar tot een goede nectarplant.
Ze bloeit 6-8 weken, van mei tot juli; herfstzaaiingen bloeien eerder, voorjaarszaaiingen later.
In Europa wordt soms honing met veel korenbloem vermeld, maar commerciële monoflorale honing is niet gangbaar. De stuifmeelbijdrage is matig.
Samen met phacelia, boekweit en mosterd is ze een van de basiscomponenten van bijenmengsels; 1-1,5 kg zaad per 1000 m² is genoeg. Ze groeit goed op kalkrijke en zandige grond en gaat op rijke, bemeste grond plat liggen.