
Bladgroente; alleen in zaadteelt en doorgeschoten planten geven de blauwe ochtendbloemen stuifmeel en wat nectar.
Andijvie is een naaste verwant van de cichorei en wordt als groente geteeld voor krul- of breedbladige sla. Bij de gewone teelt wordt het blad vóór de bloei geoogst, zodat de plant voor bijen geen betekenis heeft. Op zaadteeltpercelen en bij planten die in het tweede jaar doorschieten verschijnen echter lichtblauwe bloemen die op die van cichorei lijken. Ze gaan 's ochtends open en sluiten tegen het middaguur; in die korte tijd verzamelen honingbijen stuifmeel en een beetje nectar.
Zaadplanten bloeien van juni tot augustus; elk hoofdje is maar één ochtend open, maar de plant maakt wekenlang nieuwe hoofdjes.
Ze levert geen eigen honing; haar bijdrage bestaat vooral uit stuifmeel.
Andijvie bestuift zichzelf grotendeels; toch kan bijenbezoek op zaadpercelen de zaadzetting bevorderen. Bedenk dat bijen er alleen 's ochtends op kunnen werken, en stel bespuitingen uit tot de middag of de avond.