
Eenjarige sierplant die van nazomer tot de vorst bloeit; de enkele bloemen bieden bijen matig nectar en geel stuifmeel.
De uit Mexico afkomstige cosmea is een eenjarige sierplant die veel voorkomt in tuinen en langs parkranden. Het hart van gele buisbloemen wordt regelmatig bezocht door honingbijen, wilde bijen en zweefvliegen. De nectar- en stuifmeelbijdrage is matig; omdat de plant niet op grote schaal wordt gezaaid, speelt ze geen rol in de honingopbrengst, maar in de drachtloze nazomer geeft ze rond de kasten een kleine steun.
Bij zaai in april-mei begint de bloei in juli en duurt tot de eerste vorst, ongeveer 3 maanden. Het verwijderen van uitgebloeide hoofdjes bevordert nieuwe bloei.
Er is geen monoflorale honing. De stuifmeelklompjes zijn geel.
Kies enkelbloemige rassen met een open hart; gevulde rassen of rassen met buisvormige bloembladen zijn minder nuttig voor bijen. Op arme, droge grond bloeit de plant rijker; te veel mest bevordert de bladgroei en vermindert de bloei.