
Komijn, in Anatolië voor zaad geteeld, draagt kleine wit-roze schermen die laat in het voorjaar kort nectar en stuifmeel geven.
Komijn is een lage, eenjarige specerijplant uit het oostelijk Middellandse Zeegebied en West-Azië. In Turkije wordt ze vooral rond Burdur, Afyonkarahisar en Konya geteeld. De kleine wit-roze bloemen staan in ijle schermen en scheiden de nectar open af; bijen komen erop af, maar door de kleine bouw en de korte bloei van de plant is de bijdrage beperkt. Er zijn weinig meetgegevens over de nectar- en stuifmeelwaarde.
Bij zaai in maart bloeit de plant eind mei-juni, ongeveer 2-3 weken.
Er is geen monoflorale honing.
Komijnvelden kunnen een overbruggingsdracht vormen tussen het late voorjaar en de vroege zomer, maar in droge jaren wordt de bloei zeer kort. Omdat bespuitingen tegen ziekten en plagen met de bloei kunnen samenvallen, is overleg met de teler belangrijk.