
Geelbloeiende struik van zandige, zure gronden in West- en Midden-Europa; nectarloos, maar in het voorjaar een royale pollenbron.
Brem is zeer algemeen op heide, in duinen en op open plekken in bossen in Nederland, België, Duitsland en Groot-Brittannië. De bloemen maken geen nectar; onder het gewicht van een bij schieten de meeldraden naar buiten en blijft het stuifmeel aan rug en buik van de bij kleven. Zo verzamelen honingbijen en hommels veel stuifmeel.
Van eind april tot half juni bloeit hij 4-6 weken heldergeel, in de periode waarin de voorjaarsontwikkeling op gang komt.
Omdat hij geen nectar geeft, levert hij geen honing. De stuifmeelbijdrage is waardevol voor de volken, vooral in zandstreken na de fruitbloei.
De plant bevat alkaloïden zoals sparteïne en is giftig voor dieren; schade bij bijen is niet bekend. In Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland is hij sterk invasief; in Europa is hij inheems. In Turkije is het natuurlijke verspreidingsgebied zeer beperkt, en de Turkse naam 'katırtırnağı' wordt vooral voor Spartium junceum gebruikt.