
Basterdwederik met kleine roze bloemen van beken, sloten en vochtige plekken; wat nazomernectar en stuifmeel, veel minder dan wilgenroosje.
Viltige basterdwederik is een zachtbehaard, overblijvend kruid van beek- en slootkanten, greppels, kwelhellingen en vochtige tuinhoeken. Aan de top van de stengels gaan kleine, lichtroze bloemen van 5-10 mm open; de stempel is vierlobbig. De plant bestuift zichzelf vaak, en omdat de bloemen klein zijn, is haar bijdrage aan nectar en stuifmeel voor de honingbij gering.
Ze bloeit van juli tot september; op vochtige plekken gaat de bloei door tot het eind van de zomer.
Ze levert geen eigen honing. Verwar haar niet met haar verwant het wilgenroosje, Chamaenerion angustifolium, een belangrijke drachtplant in Noord-Europa en Siberië die grote open plekken roze kleurt; de imkerwaarde van beide verschilt sterk.
Inzaaien voor de imkerij heeft geen zin. Als deel van de natuurlijke vegetatie op vochtige plekken levert ze in de nazomer een kleine bijdrage; de zaden met hun wollige pluis worden gemakkelijk door de wind verspreid.