
Rucola, de bekende slagroente; doorgeschoten planten bieden met crème, paars geaderde bloemen matig nectar en stuifmeel.
Rucola is een kruisbloemige die rond de Middellandse Zee en in het Midden-Oosten zowel wild als in cultuur groeit en snel doorschiet. De crème- tot lichtgele bloemen met duidelijke paarse aderen worden door honingbijen bezocht; de bijdrage aan nectar en stuifmeel is matig. Omdat percelen vroeg als groente worden geoogst, zit de echte waarde in zaadteeltpercelen en in planten die in tuinen mogen bloeien.
Ze bloeit in de kustgebieden in april-mei, op koelere plekken in juni. Bij zomerzaai versnellen hitte en lange dagen de bloei; herfstzaaiingen schieten in het voorjaar door.
Als aparte honing is ze niet bekend; ze draagt een beetje bij aan gemengde voorjaarshoning. In India en Pakistan worden taramirapercelen (dezelfde soort), geteeld voor de olie, door imkers benut.
Laat u in de tuin een paar planten bloeien, dan hebben de bijen voedsel en hebt u eigen zaad. Rucola is zelfincompatibel; de zaadzetting hangt af van insectenbestuiving.