
Bodembedekkende heester uit de Strandzja en Noord-Anatolië met grote gele bloemen; zonder nectar, maar de hele zomer veel stuifmeel.
Deze hertshooisoort is een lage, half wintergroene struik die van nature groeit in de ondergroei van bossen in het Strandzja-gebergte, in Noordwest-Turkije en Zuidoost-Bulgarije, en zich met ondergrondse stengels uitbreidt tot dichte tapijten. De heldergele bloemen van 7-8 cm doorsnede dragen in het midden honderden meeldraden in vijf bundels. Zoals alle hertshooisoorten maakt ze geen nectar; maar omdat ze veel stuifmeel levert, wordt ze druk bezocht door honingbijen en hommels.
Met bloemen die elkaar opvolgen, bloeit ze lang, van juni tot september.
Omdat ze geen nectar heeft, draagt ze niets bij aan de honing. Haar waarde is de stuifmeelaanvoer die ze het volk midden in de zomer bezorgt.
Wereldwijd wordt ze veel gebruikt als bodembedekker in parken en op taluds, en ze verdraagt droogte en schaduw. Voor imkers die in stad en tuin de stuifmeelvariatie willen vergroten is ze een goede keuze, maar plant haar niet in de verwachting van honingopbrengst.