
Droogtebestendige, aromatische halfstruik die lang tot laat in de zomer bloeit; sterk bevlogen en waardevol in de zomerse drachtluwte.
Een halfstruik van de droge, stenige en kalkrijke hellingen van Zuid-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië, die in tuinen en op kleine akkers wordt geteeld. Oost-Europese en Russische bijenbronnen noemen hem een goede drachtplant; honingbijen en wilde bijen bezoeken de bloemen van 's ochtends tot 's avonds. De nectar is goed en de stuifmeelbijdrage matig.
De blauwpaarse, zelden roze of witte bloemen bloeien van juli tot september. De belangrijkste voordelen zijn de lange bloei en het feit dat hij zelfs bij droogte nectar blijft afscheiden; ook in droge, niet besproeide tuinen blijft hij bloeien.
De aanplant is klein, dus een eenbloemige honing is niet bekend; hij geeft gemengde nazomerhoning een aangenaam aroma.
Zeer geschikt voor de omgeving van de bijenstand, droge taluds en randen; hij groeit gemakkelijk uit zaad en blijft enkele jaren productief. Stevig snoeien in het voorjaar houdt de plant dicht. De zuivere etherische olie die uit de plant wordt gedistilleerd, kan in hoge doses schadelijk zijn voor de mens; voor de honing is geen probleem bekend.