
Windbestoven Noord-Amerikaanse boom, geplant voor waardevol hout; geen nectar, wel stuifmeel in het late voorjaar en in sommige jaren honingdauw.
De zwarte walnoot komt uit het oosten van Noord-Amerika; in Europa en Turkije wordt hij om zijn waardevolle hout gebruikt bij bebossing en in parken. De mannelijke bloemen zijn lange, hangende katjes en worden door de wind bestoven; hij maakt geen nectar. De honingbij verzamelt zijn stuifmeel vooral als er in de omgeving weinig andere bronnen zijn.
Hij bloeit tussen eind april en mei, samen met het uitlopen van het blad. De katjes laten hun stuifmeel binnen enkele dagen los.
Hij levert geen honing. In sommige jaren laten bladluizen honingdauw op de bladeren achter die bijen kunnen verzamelen, maar een regelmatige honingdauwdracht is niet te verwachten.
Wortels en bladeren scheiden een stof af, juglon, die de groei van veel planten eronder remt; bijenplanten zaaien onder een zwarte walnoot heeft weinig zin. In sommige ooibossen in Midden-Europa is hij verwilderd en concurreert hij met inheemse bomen, en daarom wordt hij nauwlettend gevolgd.