
Bedreigde harsrijke boom, vrijwel beperkt tot Zuidwest-Anatolië; geen nectar en weinig stuifmeel. Waardevol om zijn hars en de te beschermen moerasbossen.
De Oosterse amberboom is een vrijwel in Turkije endemische soort die groeit rond Köyceğiz, Marmaris en Fethiye in Muğla, in het westen van Antalya en ook op Rhodos. Hij vormt zuivere bestanden in vlakten en langs beken met een hoge grondwaterstand. De bloemen zijn kleine, groenige, bolvormige hoofdjes en worden door de wind bestoven; hij geeft geen nectar en bijen verzamelen het stuifmeel slechts zelden.
Bloeit in april-mei, tegelijk met het uitlopen van het blad.
Geen honingbron. De geurige hars die vrijkomt bij het verwonden van de stam, is al eeuwen bekend als styrax (in het Turks sığla yağı of günlük); vermoed wordt dat bijen de hars van de boom voor propolis kunnen gebruiken, maar gedetailleerd onderzoek hiernaar is schaars.
De bossen zijn door landbouw en bebouwing gekrompen en staan onder wettelijke bescherming. Bijenstanden in het gebied mogen de bomen geen schade toebrengen; de eigenlijke bijenweide zijn de struiken en kruiden aan de randen van de amberboombossen.