
Een van de belangrijkste honingbomen van oostelijk Noord-Amerika; de tulpvormige bloemen geven zeer veel nectar. Donkere, roodachtige honing die langzaam kristalliseert.
De tulpenboom is een van de hoogste loofbomen in de bossen van het oosten van Noord-Amerika en levert daar de hoofddracht van het late voorjaar. Elke groengele, tulpvormige bloem met een oranje vlek scheidt veel nectar af; bij zacht, vochtig weer is de afscheiding het hoogst. Hij geeft ook stuifmeel, maar zijn waarde zit in de nectar.
Bloeit tussen mei en juni ongeveer 2-4 weken. Omdat de bloemen hoog en tussen het blad zitten, vallen ze vanaf de grond nauwelijks op; jonge bomen bloeien weinig, en de boom moet jaren groeien voordat hij rijk bloeit.
De honing is donker amberkleurig met een roodachtige tint, uitgesproken van smaak en licht melasseachtig, en kristalliseert langzaam.
In Europa en Turkije komt hij alleen als parkboom voor, dus hier is zijn invloed op de imkerij beperkt. Hij groeit goed op vochtige, diepe en voedselrijke grond en past niet op droge, kalkrijke plekken.