











Geurige klimmer van Europese bossen; door de lange bloembuis vooral voor nachtvlinders en hommels, voor honingbijen beperkt van waarde.
Wilde kamperfoelie is een geurige klimplant die zich in de bossen en struwelen van West- en Midden-Europa om bomen windt. De bloembuis is lang en smal, zodat de nectar diep onderin blijft; de honingbij bereikt die alleen als de buis vol nectar staat of via gaatjes die andere insecten onderaan in de buis hebben gebeten. De eigenlijke bestuiving gebeurt door nachtvlinders die 's avonds en 's nachts vliegen en door langtongige hommels. Voor de honingbij is de waarde beperkt.
Hij bloeit van juni tot september met een sterke geur die tegen de avond toeneemt. De bloemen verkleuren van wit naar crèmegeel en zijn aan de buitenkant vaak rozeachtig.
Hij geeft de honingbij een beetje stuifmeel; er bestaat geen honing onder deze naam.
De rode bessen zijn licht giftig voor mensen. In de tuin is het een waardevolle plant voor biodiversiteit en hommels, maar als drachtplant voor honingbijen is aanplant niet de moeite waard. In Turkije komt hij niet van nature voor; zijn nauwe verwanten in Anatolië zijn Lonicera etrusca en Lonicera caprifolium.