
Tropische fruitboom; duizenden kleine bloemen in grote pluimen geven honingbijen matig nectar, al kiezen bijen vaak aantrekkelijkere bronnen.
Mango is een fruitboom uit Zuid-Azië die in tropische en subtropische gebieden veel wordt geteeld. Aan de takuiteinden vormt hij grote pluimen met duizenden kleine bloemen. Een groot deel van de bloemen wordt bezocht door vliegen en andere insecten; de honingbij verzamelt nectar en een beetje stuifmeel, maar als er aantrekkelijkere bronnen in de buurt zijn, kan zij de mango links laten liggen.
In de tropen van het noordelijk halfrond, bijvoorbeeld in India, bloeit hij meestal van januari tot maart, na de droge, koele periode. Op het zuidelijk halfrond schuift de bloei op naar eind winter en begin voorjaar.
Honing met veel mango is donker en sterk van aroma; hoewel hij in sommige landen apart wordt verkocht, geldt hij niet als gangbare monoflorale honing.
Bijenkasten in boomgaarden kunnen de vruchtzetting verbeteren. Bespuitingen met insecticiden tijdens de bloei zijn het grootste risico voor bijen; bespreek het spuitschema met de teler. In Turkije wordt hij alleen in beperkte mate aan de Middellandse Zeekust geteeld.