











Voedergewas met veel nectar in warm, droog klimaat; vooral zaadteeltvelden leveren lichte luzernehoning die snel kristalliseert.
Luzerne is een belangrijk voedergewas dat in een warm, vrij droog landklimaat veel nectar geeft. De bloem heeft een klapmechanisme: als een insect landt, schieten de meeldraden en stamper naar buiten. Honingbijen ontwijken die klap en leren vaak de nectar via de zijkant van de bloem te halen. Behangersbijen zijn daarom betere bestuivers, maar de honingbij haalt toch veel nectar. De nectarafscheiding neemt toe bij warm, zonnig weer en op kalkrijke grond, en daalt bij koel, vochtig weer.
Van mei tot september bloeit hij na elke snede opnieuw. Omdat luzerne voor voer meestal bij het begin van de bloei wordt gemaaid, kunnen de bijen er maar kort van profiteren; zaadteeltvelden zijn veel waardevoller.
Luzernehoning is lichtgeel tot witachtig, zacht en licht zoet; hij kristalliseert snel en fijnkorrelig. Er wordt weinig stuifmeel verzameld.
Als er gespoten wordt, spreek dan met de boer af dat dit 's avonds gebeurt. De omgeving van luzernezaadvelden is een goede zomerstandplaats.