
Witbloeiende plant die zich op steppe en overbegraasd land verspreidt en door vee gemeden wordt; geeft bijen begin zomer matig nectar en stuifmeel.
Peganum harmala is een diepwortelende vaste plant die in Centraal-, Oost- en Zuidoost-Anatolië algemeen is rond dorpen, langs wegen en op overbeweide steppen. Omdat het vee de bittere, giftige plant niet eet, breidt ze zich op beweide grond steeds verder uit. De witte, vijfbladige bloemen geven nectar en de gele helmknoppen stuifmeel; bijen bezoeken ze in de voorzomer, wanneer de steppe begint op te drogen.
Bloeit van mei tot juli; omdat ze zeer droogtebestendig is, kan ze nog bloeien als de omringende kruiden al verdord zijn.
Er wordt geen monoflorale honing van gewonnen; ze draagt bij aan steppehoning. Er zijn geen betrouwbare gegevens over de stuifmeelkleur gevonden.
De zaden bevatten krachtige alkaloïden en zijn giftig voor mens en dier. Vergiftiging via honing of stuifmeel is niet gemeld; toch is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van zaden en wortels van de plant.