











Roodbloeiende klimboon in de moestuin; lange zomerbloei trekt hommels en honingbijen, die vooral nectar uit doorgebeten bloemen halen.
De pronkboon komt uit Midden-Amerika, heeft helderrode of witte bloemen en wordt aan staken 3-4 m hoog. De bloem is gebouwd voor grote hommels; de honingbij haalt de nectar vaak via de gaatjes die hommels onder in de bloem bijten. Op tuinschaal is ze daarom een nuttige, op akkerschaal een beperkte bron.
Van eind juni tot de eerste vorst vormt ze steeds nieuwe trossen. In koele, vochtige zomers bloeit ze rijker; op heel hete dagen vallen meer bloemen af.
Er wordt geen honing onder eigen naam gewonnen; ze draagt een beetje bij aan zomerhoning uit tuinen en de omgeving van woonkernen. De stuifmeelbijdrage is klein.
Hoewel de wortel overblijvend is, wordt ze in de tuin eenjarig geteeld. In sommige streken van Turkije wordt de naam 'çalı fasulyesi' (struikboon) ten onrechte ook voor deze soort gebruikt; de struikboon is eigenlijk de lage vorm van Phaseolus vulgaris.