
De eeuwenoude boom van beken en dorpspleinen; windbestoven, zonder nectar en met stuifmeel dat bijen weinig aantrekt. Voor imkers vooral schaduw en een waterrijke omgeving.
De Oosterse plataan is een reusachtige boom die in het wild langs beken groeit van de Balkan en Anatolië tot Iran en eeuwenlang op dorpspleinen staat. De bloemen zijn kleine, bolvormige hoofdjes aan lange stelen en worden door de wind bestoven. Hij geeft geen nectar; hoewel er veel stuifmeel is, verzamelen bijen het nauwelijks.
Bloeit kort in april-mei, tegelijk met het uitlopen van het blad.
Geen honingbron en geen noemenswaardige stuifmeelbijdrage.
De waarde van de plataan voor de imkerij is indirect: langs beken geeft hij schaduw in de zomerhitte en schept hij een vochtige omgeving waarin bijenplanten zoals wilg, braam en klaver groeien. Wie de kasten niet pal onder grote platanen zet maar aan randen die ochtendzon krijgen, laat de bijen eerder uitvliegen. Haartjes van bladeren en vruchten kunnen bij sommige mensen de luchtwegen irriteren.