
Conifeer met rechtopstaande platte twijgen in hagen, parken en begraafplaatsen; geen nectar, wat vroeg stuifmeel, hars draagt bij aan propolis.
De oosterse levensboom komt uit Noord-China en Korea; hij onderscheidt zich van andere levensbomen doordat de platte takjes verticaal staan. In Turkije is hij zeer algemeen in hagen, parken en vooral op begraafplaatsen. Net als andere leden van de cipresfamilie wordt hij door de wind bestoven en maakt hij geen nectar.
Hij bloeit vroeg, afhankelijk van het klimaat van eind februari tot april; de kleine mannelijke kegeltjes strooien geel stuifmeel. Dit stuifmeel staat bekend om zijn allergene werking, de voedingswaarde is laag.
Hij levert geen honing. In het vroege voorjaar, als er geen andere bronnen zijn, kan de bij wat stuifmeel verzamelen. In het Middellandse Zeegebied komt een groot deel van de diterpenen in propolis uit de harsen van cipresachtigen zoals cipres en levensboom.
Als haag rond de bijenstand werkt hij als windscherm en propolisbron, maar hij vervangt geen drachtplant. Gemengde aanplant met voorjaarsbloeiende struiken ernaast is aan te raden.