
Fruitboom die vroeg in het voorjaar voor het blad wit bloeit en veel door bijen wordt bezocht; nectar en stuifmeel versnellen de voorjaarsontwikkeling.
De pruim is een van de vroegst bloeiende fruitbomen en wordt door bijen gretiger bezocht dan appel of peer. De nectar in de beker van de witte bloemen is voor honingbijen gemakkelijk bereikbaar en er wordt ook veel stuifmeel verzameld. Tuin- en dorpspruimen vormen samen met wilde pruimen een uitgebreide vroege bron.
Bloeit ongeveer 10-14 dagen tussen maart en april, vaak voordat het blad verschijnt. Koud en nat weer beperkt in deze periode de bijenvlucht en de bestuiving; kasten op een zonnige plek dicht bij de boomgaard werken harder.
Er wordt geen eenbloemige honing van gewonnen; de bijdrage gaat naar de voorjaarsontwikkeling van de volken en naar vroege gemengde honing.
Veel rassen zijn zelfsteriel en moeten daarom samen met passende bestuiversrassen worden geplant, met voldoende bijen in de buurt. De pruimenbloei is een teken om de kasten vroeg uit te breiden; in deze tijd gaat de koningin sneller leggen en kan ruimtegebrek ontstaan.