
Kleine, geurige kers van droge kalkhellingen; de witte trossen geven in april-mei veel nectar en goed stuifmeel. Ook in boomgaarden als onderstam voor kersen.
De weichselboom is een kleine boom of grote struik van droge, stenige en kalkrijke hellingen van Midden- en Zuid-Europa tot Anatolië, de Kaukasus en Iran; in Turkije is hij wijdverbreid. De kern van zijn pit wordt als specerij (mahlep) gebruikt in broodjes en koekjes. De witte, sterk geurende bloemen geven veel nectar en stuifmeel van goede kwaliteit.
Bloeit van eind april tot half mei ongeveer twee weken, tegelijk met het uitlopen van het blad; doordat hij na kers en pruim komt, verlengt hij de voorjaarsdracht.
Er wordt geen aparte honing gewonnen; de bijdrage gaat naar gemengde voorjaarshoning.
Omdat hij zeer goed tegen droogte en schrale, kalkrijke grond kan, is hij geschikt voor bebossing van steppen en hellingen en voor beplanting rond de bijenstand. In kersenboomgaarden wordt hij als onderstam gebruikt; als opslag van de onderstam gaat bloeien, ontstaat een extra bron in de boomgaard. Blad en schors geuren door coumarine; voor honing is dit geen bekend probleem.