
Algemene stekelige struikeik van de mediterrane maquis; levert voorjaarsstuifmeel en soms wat honingdauw, geen nectar.
Kermeseik is een van de meest voorkomende struiken in de maquis langs de Egeïsche en Middellandse Zeekust, onder Turkse dennen en op begraasde, stenige hellingen. Hij is windbestoven en geeft geen nectar. In het voorjaar verzamelen bijen stuifmeel uit de mannelijke katjes; in kustgebieden draagt dit stuifmeel bij aan de vroege voorjaarsontwikkeling van de volken.
Hij bloeit van maart tot mei, afhankelijk van hoogte en ligging enkele weken lang. Op droge, winderige dagen verspreidt het stuifmeel zich snel en wordt de verzameltijd voor de bijen korter.
De kermesschildluis en andere schildluizen op de takken scheiden af en toe honingdauw af; bijen worden gezien terwijl ze die verzamelen, maar hoeveelheid en continuïteit halen niet het niveau van eikenbossen of van de honingdauw van de Turkse den. Er is geen handelshoning die specifiek van deze soort komt.
Voor bijenstanden in maquisgebieden is hij te beschouwen als steun met stuifmeel in het vroege voorjaar. Voor de hoofdoogst moet hij samen met bronnen als tijm, cistus en Turkse den worden bekeken.