
Noord-Amerikaanse sierheester met grote roze trossen; geeft honingbijen matig nectar, maar lang niet zoveel als de gewone robinia.
Robinia hispida is een struik uit het zuidoosten van Noord-Amerika waarvan de scheuten en bloemstelen bedekt zijn met roodachtige borstelharen. De bloemen lijken op die van de gewone robinia, maar zijn groter en rozerood, en staan in losse trossen. Honingbijen bezoeken ze voor nectar; omdat de plant meestal alleen of in kleine groepjes wordt geplant, is de waarde voor de imkerij plaatselijk.
Ze bloeit in mei en juni; in hete zomers kan tegen eind augustus een spaarzame tweede bloei optreden.
Ze levert geen eigen honing. De meeste planten zijn steriel en zetten geen zaad, en ook de bijdrage aan stuifmeel is beperkt.
Omdat ze zich snel via wortelopslag uitbreidt, wordt ze gebruikt om taluds en droge hellingen vast te leggen; in de tuin moet ze in toom worden gehouden. Meestal wordt ze verkocht als boompje, geënt op een stam van de gewone robinia. Voor de honingwinning vervangt ze de gewone robinia niet, maar als sierbeplanting is ze een bijvriendelijke keuze.