
Wilde roos die van zomer tot herfst doorbloeit, weinig nectar maar veel stuifmeel; invasief in Noord-Europese duinen, dus niet bij natuurgebieden planten.
De rimpelroos groeit van nature op duinen en rotsige plekken langs de kusten van Oost-Azië. De grote, open, roze-paarse of witte bloemen bevatten vrijwel geen nectar, maar de vele helmknoppen dragen veel stuifmeel. Honingbijen en hommels komen vooral 's ochtends in groten getale voor het stuifmeel.
De hoofdbloei begint in juni en loopt met herhaalde bloei door tot september; die lange periode helpt het stuifmeeltekort midden in de zomer te overbruggen. Afzonderlijke bloemen blijven een à twee dagen staan.
Omdat de nectar onvoldoende is, levert hij geen honing; de waarde ligt in het stuifmeel.
Langs de kusten van Nederland, Denemarken, Duitsland en de Oostzee is het een invasieve soort die zich met wortelopslag snel uitbreidt en de duinvegetatie verdringt. Plant hem in die streken niet in de buurt van natuurgebieden. In de tuin, onder controle gehouden, is het een sterke stuifmeelplant; dubbelbloemige cultivars zijn voor bijen veel zwakker.