
Sierplant die lang bloeit van midzomer tot herfst; geeft honingbijen weinig nectar en stuifmeel, waardevoller voor vlinders en wilde bijen.
De uit Noord-Amerika afkomstige ruige rudbeckia is een kortlevende sierplant, bekend om haar gele lintbloemen en donkerbruine, kegelvormige hart. De buisbloemen in het hart gaan van buiten naar binnen na elkaar open, zodat één hoofdje lang bezocht kan worden. Voor de honingbij is de nectar- en stuifmeelbijdrage laag; vlinders, wilde bijen en zweefvliegen hebben er meer aan.
Bloeit van juni tot september, onder goede omstandigheden tot in oktober.
Er is geen monoflorale honing. De stuifmeelklompjes zijn geel.
Het is geen plant om voor de honingopbrengst te zaaien; in bijvriendelijke tuinontwerpen kan ze worden gekozen voor kleur en variatie in de nazomer. Ze is vrij droogtebestendig, gemakkelijk uit zaad te kweken en kan zich in de tuin vanzelf uitzaaien.