
Wilg van beken en rivieren; in april-mei geven mannelijke bomen veel geel stuifmeel en beide geslachten nectar voor de voorjaarsgroei.
Schietwilg is een snelgroeiende boom die veel voorkomt langs waterlopen, in natte vlakten en langs kanalen. Hij is tweehuizig: de gele katjes van mannelijke bomen geven zowel veel stuifmeel als nectar, vrouwelijke bomen alleen nectar. In het vroege voorjaar is hij een waardevolle bron voor het uitbreiden van het broednest.
Hij bloeit iets na de boswilg, in april-mei tegelijk met het blad, ongeveer twee tot drie weken. Omdat wilgen ook op koele dagen nectar kunnen afscheiden, benutten de bijen elk middaguur waarop het warmer wordt.
Een aparte wilgenhoning om te oogsten is zeldzaam; de nectar gaat meestal op aan het broed, het overschot komt in gemengde voorjaarshoning terecht. De stuifmeelklompjes zijn helgeel en zeer voedzaam.
Wilgen planten langs beken bij de bijenstand dicht het voedselgat in het vroege voorjaar; ze zijn gemakkelijk te stekken. Voor stuifmeel verdienen stekken van mannelijke bomen de voorkeur.