
Treurwilg van parken en waterkanten; de meeste aangeplante bomen zijn vrouwelijk en geven vroeg in het voorjaar vooral nectar, voor stuifmeel zijn mannelijke wilgen nodig.
De treurwilg komt oorspronkelijk uit Noord-China en wordt al eeuwenlang overal ter wereld in parken, op begraafplaatsen en aan het water geplant. De meeste bomen in Europa en Turkije zijn vrouwelijke klonen of hangende kruisingen met de schietwilg. De vrouwelijke katjes scheiden nectar af; daarom komt de honingbij in het voorjaar naar de boom, maar stuifmeel kan ze er niet halen.
Hij bloeit tussen eind maart en april, samen met het nieuwe blad. Hij loopt eerder uit dan de meeste wilgen en is kort een vroege nectarbron.
Hij levert geen honingoverschot; de nectar gaat rechtstreeks naar de broedproductie. Omdat mannelijke bomen zeldzaam zijn, is de bijdrage aan stuifmeel gering. Plaatselijk ontstaat door bladluizen honingdauw.
Wie rond de bijenstand meer voorjaarsstuifmeel wil, plant beter een boswilg of een mannelijke schietwilg dan een treurwilg. Het wortelstelsel is uitgebreid; plant hem daarom ver van waterleidingen.