
De grote gele katjes bloeien vóór het blad in maart-april: een van de vroegste en waardevolste stuifmeelbronnen, ook met veel nectar.
Boswilg is een kleine boom van bosranden, open plekken en de voet van hellingen, die ook op drogere plaatsen groeit dan andere wilgen. Hij is tweehuizig; de grote, helgele katjes van mannelijke planten geven zeer veel stuifmeel en nectar, vrouwelijke planten alleen nectar. Direct na de eerste reinigingsvluchten aan het eind van de winter is hij een van de bepalende bronnen wanneer de volken overschakelen op broedopkweek.
Hij bloeit in maart-april, vóór het uitlopen van het blad, twee tot drie weken lang afhankelijk van de hoogte. Op zonnige, windstille dagen begint het bijenbezoek al rond 10-12 °C.
Omdat de nectar meteen wordt verbruikt, wordt er geen aparte honing gewonnen. De stuifmeelklompjes zijn geel en eiwitrijk en spelen een directe rol in de ontwikkeling van het voorjaarsbroed.
Anders dan andere wilgen wortelt hij moeilijk uit stek; gebruik voor aanplant bewortelde jonge planten en kies voor stuifmeel mannelijke exemplaren. Al een paar bomen dicht bij de bijenstand verkleinen het voedselgat in het vroege voorjaar aanzienlijk.