
Grote tweejarige salie, ook op akkers geteeld voor etherische olie; geeft midzomer veel nectar en is in Oost-Europa een gewaardeerde drachtplant.
Een grootbladige, sterk geurende plant van droge, stenige hellingen en wegbermen, van het Middellandse Zeegebied tot Anatolië, Iran en Centraal-Azië. Voor de etherische olie wordt hij als akkergewas geteeld in Bulgarije, Rusland, de Krim, Frankrijk en Turkije. In de Oost-Europese bijenliteratuur geldt hij als een goede drachtplant op akkers; de nectar is goed en de stuifmeelbijdrage matig.
Het eerste jaar vormt hij een bladrozet, het tweede jaar bloeit hij van juni tot augustus met grote aren in wit-roze tot lila tinten. Op warme dagen is de afscheiding hoog, vooral 's ochtends en laat in de middag; op de akker duurt de bloei 4-5 weken.
Op grote akkers kunnen imkers een flinke oogst halen; de honing is licht van kleur en zacht van geur, maar een gangbare standaarddefinitie van een eenbloemige honing bestaat niet.
De oliegewinning gebeurt in volle bloei, dus de maaidatum moet met de teler worden besproken. Omdat hij tweejarig is, zorgt jaarlijks zaaien in de tuin voor een doorlopende bloei.