
De brede, geurige witte schermen zijn nectarloos; bijen halen alleen stuifmeel en soms honingdauw van bladluizen.
Ondanks hun sterke geur maken de grote, vlakke, crèmewitte bloeiwijzen van de gewone vlier geen nectar. Tijdens de bloei verzamelen honingbijen er alleen stuifmeel; de stuifmeelwaarde is middelmatig. In sommige jaren halen bijen honingdauw van de zwarte luizen die vaak op jonge scheuten zitten, maar een belangrijke bron van honingdauwhoning is de vlier niet.
Van eind mei tot eind juni, ongeveer 3-4 weken, aan bosranden, langs beken en rond bebouwing.
Levert geen directe nectarbijdrage aan honing. Vlierstuifmeel in honing laat alleen zien dat de plant in de omgeving groeit.
Het plukken van bloemen voor vlierbloesemlimonade en -siroop is voor de bijen geen probleem. Rauwe bladeren, schors en onrijpe bessen bevatten stoffen die schadelijk zijn voor de mens; dat geldt niet voor stuifmeel en honing. Als snelgroeiende, gemakkelijk te vermeerderen struik is de vlier geschikt voor heggen aan de rand van de bijenstand.