
Lage andoorn met behaarde roze-paarse bloemen in de bergen van Oost-Anatolië, de Kaukasus en Iran; geeft nectar op zomerweiden en wordt als thee verzameld.
Stachys lavandulifolia is een lage, dicht behaarde vaste plant van bergsteppen, stenige hellingen en hooggelegen weiden, van Oost- en Zuidoost-Anatolië tot de Kaukasus en Iran. Hij is herkenbaar aan zijn smalle, op lavendel lijkende bladeren en de roze-paarse lipbloemen die tussen lang behaarde kelken uitkomen. In de streek wordt hij onder de naam bergthee geplukt en gedroogd.
Afhankelijk van de hoogte bloeit hij van juni tot augustus. Op de hoge bergweiden valt de bloei samen met de periode waarin rondtrekkende imkers met hun kasten de bergen in trekken.
Hij levert geen eigen honing; hij geldt als een van de bestanddelen van de bergbloemenhoning uit Oost-Anatolië. Specifieke nectarmetingen voor deze soort zijn niet gevonden. De bijdrage aan stuifmeel is gering.
Het plukken van bloeiende stengels voor thee vermindert het bijenvoedsel tijdens de bloei; wordt de pluk uitgesteld tot het einde van de bloei, dan hebben zowel de bijen als de plukkers er baat bij. Hij is betrekkelijk goed bestand tegen zware begrazing.