
Geurige tuinklassieker; de nectar zit diep in een smalle buis, dus weinig waarde voor honingbijen, vooral hommels en vlinders.
Gewone sering is een geurige struik die van nature op rotsige hellingen in de Balkangebergten groeit en al eeuwenlang in tuinen wordt geplant. De nectar zit onderin een lange, smalle bloembuis, zodat de honingbij er vaak niet bij kan; de bloemen worden vooral bezocht door langtongige hommels en vlinders. Voor de honingbij is de waarde gering.
Hij bloeit ongeveer twee tot drie weken in april en mei. Die periode valt samen met de bloei van fruitbomen, esdoorn en paardenbloem, zodat bijen meestal de voorkeur geven aan deze rijkere bronnen.
Honingbijen verzamelen af en toe stuifmeel; de hoeveelheid is klein. Er bestaat geen honing onder deze naam.
Verwacht geen honing van sering; is bijenweide het doel, dan is liguster (Ligustrum) uit dezelfde familie veel nuttiger voor honingbijen. Sering verspreidt zich via wortelopslag en is in sommige Oost-Europese landen verwilderd. Als tuinplant draagt hij toch bij aan de biodiversiteit in de omgeving.