
Algemene doornige acacia van zuidelijk Afrika; de gele bolbloemen geven bijen in de vroege zomer veel stuifmeel en wat nectar.
Vachellia karroo is in landen als Zuid-Afrika, Namibië en Zimbabwe een van de meest voorkomende bomen in de savanne, langs waterlopen en op verlaten akkers. Hij is te herkennen aan de lange witte doorns en de geurige, heldergele bolvormige bloemen. Honingbijen bezoeken hem druk, vooral voor stuifmeel; de hoeveelheid nectar is matig tot laag.
Op het zuidelijk halfrond bloeit hij in de vroege zomer, ruwweg van november tot februari, in golven na regen.
Is niet bekend als gangbare eenbloemige honing; gaat op in de gemengde zomerhoning van de streek. In de Zuid-Afrikaanse imkerij ligt de waarde vooral bij stuifmeel en de ontwikkeling van de volken.
Komt in Europa en Turkije niet van nature voor; in landen rond de Middellandse Zee is hij af en toe te zien als sier- of haagboom. In Australië geldt hij als invasieve onkruidboom. Meetgegevens over nectar en opbrengst van deze soort zijn beperkt.