
Parkboom met witte kaarsvormige pluimen in het voorjaar; geeft veel nectar en opvallend steenrood stuifmeel, de kleverige knoppen leveren hars.
De witte paardenkastanje komt oorspronkelijk van de Balkan en is in Turkije en Europa algemeen als park- en laanboom. De witte bloemen in rechtopstaande, kaarsvormige pluimen worden druk bezocht voor zowel nectar als stuifmeel. De vlek op de kroonbladen is eerst geel en wordt rood naarmate de bloem bestoven is; bijen kiezen de geelgevlekte bloemen die nog nectar geven.
Bloeit ongeveer 2-3 weken eind april-mei en is in steden een belangrijke bron voor de voorjaarsontwikkeling.
De stuifmeelklompjes zijn in de stuifmeelval meteen herkenbaar aan hun donker steenrode kleur. Eenbloemige honing wordt niet algemeen gewonnen. In de winter verzamelen bijen hars voor propolis van de kleverige knoppen.
De nectar van de verwante Californische soort A. californica is giftig voor bijen; bij A. hippocastanum is in sommige jaren broedschade gemeld, maar over het algemeen geldt hij als veilig. De zaden zijn giftig voor mensen en mogen niet worden verward met eetbare tamme kastanjes.