
Naar anijs ruikende vaste plant uit Noord-Amerika; bloeit wekenlang van juli tot september en behoort tot de drukst bevlogen nazomerplanten.
Een vaste plant uit de midden- en noordelijke prairies van Noord-Amerika, waarvan de bladeren bij kneuzen naar anijs ruiken. In Noord-Amerika en Oost-Europa zaaien imkers hem al lang als drachtplant. De bloemen met korte buis zijn rijk aan nectar, zodat honingbijen de aren de hele dag bewerken; de stuifmeelbijdrage is matig.
Dichte lavendelpaarse aren gaan in juli open en bloeien 6-8 weken, tot september. De nectarafscheiding gaat ook op warme dagen door; hij is matig droogtebestendig en bloeit langer in besproeide tuinen.
De aanplant is klein, dus eenbloemige honing wordt zelden gewonnen; hij kan gemengde nazomerhoning een licht anijsachtig aroma geven. Betrouwbare gegevens over de honingopbrengst van deze plant ontbreken.
Zaaien rond de bijenstand en in bijentuinen is aan te raden om het drachtgat in de nazomer te dichten. Uit zaad bloeit hij het eerste jaar, blijft hij 3-4 jaar productief en zaait hij zichzelf uit. In Turkije komt hij niet in het wild voor; invasief gedrag is niet gemeld.