









Overblijvende groente met aparte mannelijke en vrouwelijke planten; de kleine klokjes na de oogst geven bijen matig nectar en stuifmeel.
Asperge is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten, en voor zaadteelt moet stuifmeel door insecten worden overgebracht. Als de oogst voorbij is en de scheuten mogen doorgroeien, gaan kleine, groenachtig gele klokjes open, verspreid over de fijne takjes. Beide geslachten geven nectar; mannelijke planten leveren bovendien stuifmeel.
Bloeit van mei tot juli; de bloemen zijn klein en onopvallend, maar omdat er steeds nieuwe verschijnen, duurt het bezoek wekenlang. De rode bessen vormen zich op de vrouwelijke planten.
Als monoflorale honing niet gebruikelijk; in grote teeltgebieden draagt asperge bij aan de voorzomerhoning. Er zijn geen betrouwbare gegevens over de stuifmeelkleur gevonden.
Aspergevelden bloeien niet tijdens de oogstperiode; hun waarde voor bijen ligt in de tijd na de oogst. In Turkije worden ook wilde verwanten (zoals Asparagus acutifolius) door bijen bezocht.