
Geeft geen nectar; bijen verzamelen in het vroege voorjaar het stuifmeel, en de knophars is in Europa een belangrijke propolisbron.
De ruwe berk is een windbestuiver en maakt geen nectar. De mannelijke katjes verspreiden in maart-april grote hoeveelheden stuifmeel; honingbijen verzamelen dit vooral wanneer er weinig andere bronnen zijn. De eiwitwaarde van berkenstuifmeel is echter lager dan die van wilg of fruitbomen.
Jonge scheuten en knoppen scheiden een kleverige hars af. In Noord- en Midden-Europa geldt de berk, samen met de populier, als een van de belangrijkste propolisbronnen; propolis uit deze streken bevat verbindingen die typisch zijn voor berkenknoppen.
Luizen op de bladeren laten in sommige jaren wat honingdauw achter; bijen kunnen die verzamelen, maar niet in hoeveelheden die een aparte honingdauwhoning opleveren.
In Turkije is het natuurlijke verspreidingsgebied beperkt tot Noordoost-Anatolië, maar in parken wordt de boom vaak aangeplant. Berk biedt de bijenstand vroeg stuifmeel en propolis, maar kan de voorjaarsontwikkeling niet alleen dragen; in de buurt zijn bronnen als wilg of pruim nodig.