
Vaste plant met roze aren in vochtige berggraslanden; biedt bijen in late lente en vroege zomer matig nectar en stuifmeel.
Adderwortel vormt grote bestanden op koele, vochtige berggraslanden, langs veenranden en op natte open plekken in het bos. De dichte roze aren geven zowel nectar als stuifmeel; in de Alpen en de Midden-Europese gebergten hoort de plant bij de eerste zomerbronnen van de bergimkerij.
Bloeit tussen mei en juli, afhankelijk van de hoogte 4-6 weken. De nectarafscheiding is goed op koele maar zonnige dagen; bij droogte gaat de plant snel achteruit.
Er wordt geen monoflorale honing van gewonnen; ze draagt bij aan bergweidehoning. Er zijn geen betrouwbare gegevens over de kleur van de stuifmeelklompjes gevonden.
In Turkije is deze soort zeldzaam; nauw verwante Bistorta-soorten op de hoogvlakten van Noordoost-Anatolië spelen een vergelijkbare rol. Natte graslanden niet te vroeg maaien geeft de bloei de kans om af te ronden.