
Hardnekkig akkeronkruid met geurende lila hoofdjes; geeft midden in de zomer, ook bij droogte, goede nectar in de zomerse drachtpauze.
Akkerdistel breidt zich via wortelscheuten snel uit en is een van de onkruiden die boeren het moeilijkst kunnen bestrijden; voor de imker is ze echter een waardevolle nectarbron die in het zomerdrachtgat bloeit. De buisbloempjes in de kleine, geurende lila hoofdjes zijn kort, zodat honingbijen de nectar gemakkelijk bereiken. Dankzij de diepe wortels geeft ze ook bij droogte nectar.
Ze bloeit 6-8 weken, van eind juni tot in augustus; ze groeit in groepen langs akkerranden, op braakland, langs irrigatiekanalen en wegen.
Ze wordt niet als aparte honing verkocht; ze levert een lichte, aangenaam geurende bijdrage aan gemengde zomerhoning. In Canada en Engeland wordt distelhoning vermeld. De stuifmeelbijdrage is matig.
De plant heeft gescheiden mannelijke en vrouwelijke exemplaren; beide geven nectar. Maaien om haar te bestrijden betekent voor de bijen verlies van dracht, maar van boeren kan niet worden verwacht dat ze deze soort in hun percelen sparen; akkerranden en kanaaloevers zijn wat telt.