
Zomergewas met aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen dat van bijen afhangt; vooral pitloze rassen vragen veel bijenbezoek.
De kleine, bleekgele bloemen van watermeloen geven matig nectar en stuifmeel. Een vrouwelijke bloem heeft veel stuifmeelkorrels nodig om een volwaardige vrucht te zetten; slecht bezochte bloemen vallen af of geven misvormde vruchten. Pitloze rassen maken zelf geen stuifmeel en zijn aangewezen op bijen die stuifmeel aanvoeren uit de tussengeplante bestuiversrijen.
Bloeit van juni tot augustus; de bloemen gaan 's ochtends open, verwelken in de middag en leven één dag.
Niet bekend als monoflorale honing; grote watermeloenarealen kunnen bijdragen aan de zomerhoning. Er zijn geen betrouwbare gegevens over de kleur van de stuifmeelklompjes gevonden.
Voor bestuiving worden 1-3 volken per hectare aanbevolen; bij pitloze teelt gaat de voorkeur naar een aantal dicht bij de bovengrens. Is er op het veld geen water, dan helpt water bij de kasten om de bijen op het gewas te houden.