
Struik van droge, kalkrijke hellingen; de kleine geelgroene bloemen geven in mei-juni matig nectar, daarna geven de pluizige vruchtstelen het rookeffect.
De pruikenboom is een struik van droge, stenige en kalkrijke hellingen van Zuid-Europa tot Anatolië, de Kaukasus en China; in Turkije is hij algemeen in maquis en eikenbegroeiing. De kleine, geelgroene bloemen staan in losse pluimen; ze geven nectar en worden door bijen bezocht. De opbrengst wordt plaatselijk als matig beoordeeld.
Bloeit in mei-juni ongeveer 2-3 weken. Na de bloei worden de stelen van de onbevruchte bloemen langer en behaard, waardoor het rozige, rookachtige beeld ontstaat waaraan de struik zijn naam dankt; in dit stadium is er niets voor de bijen.
Geeft geen aparte honing; de bijdrage gaat naar gemengde laatvoorjaarshoning. De stuifmeelbijdrage is klein.
Hij is zeer droogtebestendig en kan worden gebruikt tegen erosie en op wegtaluds. Bladeren en schors zijn rijk aan looistof en werden vroeger gebruikt om leer te looien en voor gele verf. Rond de bijenstand kan hij een plaats krijgen als ondersteunende struik.