
Groenblijvende haagstruik met kleine, sterk geurende bloemen in oktober en november; op zachte dagen een waardevolle laatste nectarbron voor bijen.
Deze plant is een in de tuin ontstane kruising tussen Elaeagnus macrophylla en Elaeagnus pungens en werd lange tijd verkocht als Elaeagnus × ebbingei. In Nederland, Engeland en West-Europa is hij heel gewoon als windscherm en haag. De kleine, zilverwitte, buisvormige bloemen in de bladoksels verspreiden een sterke geur en scheiden nectar af.
Hij bloeit van half oktober tot eind november, in zachte najaren tot in december. De honingbij komt alleen rond het middaguur naar de bloemen, als de temperatuur vliegen toelaat; hoeveel de bijen eraan hebben, hangt dus af van het weer in dat jaar.
Hij levert geen honingoverschot; zijn waarde is dat hij het volk verse nectar en een beperkte hoeveelheid stuifmeel brengt voordat de wintertros zich vormt. De bijdrage aan stuifmeel is gering.
Omdat hij een van de weinige houtige planten is die in de herfst en vroege winter bloeien, is het zinvol hem als haag rond de bijenstand te planten. De vrucht rijpt in het voorjaar. In Turkije wordt hij als sierplant verkocht; verspreiding in de natuur is niet gemeld.