
Oost-Aziatische sierstruik die tot in de nazomer bloeit; de enkele bloemen bieden bijen grof witachtig stuifmeel en matig nectar.
Altheastruik is een bladverliezende struik uit China en Korea, die in Turkije zeer veel wordt aangeplant in parken, tuinen en langs wegen. Op de lange zuil in het hart van de enkele bloemen zit veel stuifmeel; de grote, stekelige korrels blijven op de rug van de bijen kleven. Nectar wordt afgescheiden aan de voet van de kroonbladen; naast honingbijen komen ook hommels en solitaire bijen vaak langs.
Bloeit van juli tot september; elke bloem leeft één dag, maar de struik vormt wekenlang nieuwe bloemen. In de nazomer is het een betrouwbare bron voor bijenstanden in de stad.
Er wordt geen monoflorale honing van gewonnen. De stuifmeelklompjes zijn witachtig crème.
Gevulde rassen zijn voor bijen nagenoeg waardeloos; kies bij aanplant enkelbloemige rassen met een donkere vlek in het hart. Verdraagt droogte en snoei en is ook als haag te gebruiken.