
Op brandnetel lijkende, niet-prikkende plant met witte bloemen van lente tot herfst; de nectar zit diep, maar levert vroeg in het seizoen nectar en stuifmeel.
Groeit op voedselrijke grond langs bosranden, aan de voet van heggen en langs tuinen en wegen in Europa, het noorden van Anatolië, de Kaukasus en de gematigde delen van Azië. De kroonbuis van de bloemen is ongeveer 10 mm lang, zodat de nectar beter bij hommels past; honingbijen profiteren wanneer het nectarniveau stijgt en bij bloemen met kortere buizen, en ze verzamelen ook stuifmeel.
Bloeit van eind april tot september, het rijkst in het voorjaar. Veel vocht en zacht weer verhogen de afscheiding; in droge zomermaanden wordt de bloei zwakker.
Er is geen eenbloemige honing. In het voorjaar levert hij een kleine maar regelmatige bijdrage aan gemengde voorjaarshoning en aan de stuifmeelvoorraad.
Omdat hij met brandnetels wordt verward, wordt hij vaak weggehaald; laat u hem langs heggen en tuinranden staan, dan ontstaat vroeg in het seizoen een waardevolle voedselstrook voor hommelkoninginnen en bijen. Hij verspreidt zich vanzelf en vraagt geen onderhoud.