
Doornige struik van heggen en bosranden; de kleine geelgroene bloemen in mei-juni geven bijen matig nectar en stuifmeel.
Wegedoorn is een doornige struik van kalkrijke, droge gronden, struwelen, hagen en bosranden. Hij is tweehuizig; de kleine, viertallige, geelgroene bloemen staan in bundels op korte steeltjes. Dankzij open nectarschijven bereiken bijen de nectar gemakkelijk; mannelijke planten geven ook stuifmeel.
Hij bloeit in mei-juni, ongeveer twee tot drie weken. De bloei is korter dan die van sporkehout, maar samen met andere haagplanten die tegelijk bloeien vormt hij een doorlopende drachtband.
Er wordt geen aparte honing geproduceerd; de nectar gaat op in gemengde honing van het late voorjaar. De nectar- en stuifmeelwaarde is matig.
De zwarte bessen werken sterk laxerend en zijn schadelijk voor mensen; voor honing is geen probleem bekend. In Noord-Amerika wordt hij bestreden als invasieve soort die zich in bossen verspreidt; in Europa en Turkije is hij een inheemse haagplant.