
Stekelige plant met witgeaderde bladeren en grote paarse hoofdjes; in de late lente een goede nectarbron.
Mariadistel is gemakkelijk te herkennen aan de witte marmertekening op de bladeren. De talrijke buisbloempjes in de grote paarse hoofdjes worden druk bezocht door honingbijen, maar ook door hommels en wilde bijen. De nectarwaarde is goed, het stuifmeel middelmatig.
Van mei tot juli vormt de plant, vooral in het Middellandse Zee- en Egeïsche gebied, dichte groepen op stikstofrijke grond zoals braakliggende akkers, rond stallen en in wegbermen. De plant sterft af nadat ze zaad heeft gezet.
Wordt niet als aparte honing gewonnen; gaat op in gemengde honing van de late lente en vroege zomer.
In sommige streken wordt de plant voor het zaad op akkerschaal geteeld; zulke percelen kunnen in juni een goede bron voor de bijen zijn. In Australië en Amerika veroorzaakt ze problemen als invasieve plant; in Turkije en het Middellandse Zeegebied, waar ze van nature voorkomt, is dat niet het geval.