
Snelgroeiende mosterd; als groenbemester in de nazomer gezaaid levert hij bijen in de herfst welkome late nectar en stuifmeel.
Gele mosterd is een eenjarige kruisbloemige die voor het zaad wordt geteeld en, vooral in West-Europa, na de graanoogst als groenbemester wordt gezaaid. De lichtgele bloemen zijn ondiep; nectar en stuifmeel zijn voor elke bij gemakkelijk bereikbaar. Bij zacht, vochtig weer is de nectarafgifte goed, in koude nachten neemt ze duidelijk af.
Bij voorjaarszaai bloeit ze van mei tot juli; als vanggewas in juli-augustus gezaaid bloeit ze 5-6 weken na de zaai, in september-oktober. Die late bloei valt samen met de periode waarin de winterbijen worden grootgebracht.
Aparte mosterdhoning wordt zelden gewonnen; de honing lijkt op de lichte, zeer snel kristalliserende honing van kruisbloemigen. De stuifmeelklompjes zijn geel.
Snel kristalliserende honing die in de herfst in de raten blijft, kan de overwintering bemoeilijken; is de late dracht groot, houd daar dan rekening mee bij het voorbereiden van het wintervoer. In Nederland en Duitsland raden imkers boeren aan om mosterd en phacelia in groenbemestermengsels op te nemen.