
Een van de laatste grote drachtplanten; geeft in september-oktober veel nectar en stuifmeel. De honing kristalliseert zeer snel, soms in de raat.
De uit Noord-Amerika afkomstige Nieuw-Nederlandse aster is in Europa uit tuinen ontsnapt en heeft zich gevestigd langs rivieroevers en op braakliggend terrein. Op warme herfstdagen wordt ze druk door bijen bezocht; met nectar en stuifmeel draagt ze bij aan de voeding van de bijen die gaan overwinteren en aan het aanvullen van de laatste voorraad. De afscheiding hangt af van zachte, zonnige dagen; in koele, natte septembermaanden blijft de bijdrage beperkt.
Van begin september tot eind oktober, in zachte jaren tot in november.
Geeft gemengde herfsthoning een lichte amberkleur en een scherpe, eigen geur. Deze honing kristalliseert zeer snel; blijft hij als wintervoer in de kast, dan kunnen de bijen hem moeilijk benutten. De stuifmeelklompjes zijn geel getint.
In sommige Europese landen geldt de soort als invasief; verspreiding in de natuur moet worden voorkomen. Gecontroleerd gekweekt in de tuin is ze een goede steunplant voor het late seizoen.